De Gedragscoach
..over gedrag en gedragsverandering
Lex Tabak, MSc.
De Gedragscoach
Dit is mijn blog over gedrag en gedragsverandering. Hieronder kun je zoeken op onderwerpen, of zelf een zoekwoord in geven.
Onderwerpen
Volg mij op social media
Inschrijven nieuwsbrief
Laatste artikelen
Waar komt angst vandaan en wat kun je eraan doen?
Waarom is het leven zwaar?
Wat is goed werkgeverschap?

Hoe word je de beste versie van jezelf?
Misschien voel je een constante druk om jezelf te verbeteren. Productiever zijn. Sterker. Slimmer. Gezonder. Je ‘beste zelf’ worden. Het klinkt als een mooi streven, want wie wil dat nou niet? In dit artikel onderzoeken we waar dat idee van ‘je beste zelf’ vandaan komt en waarom het zo hardnekkig is. Persoonlijke groei is mooi, maar alleen als het vertrekt vanuit mildheid, niet vanuit tekort. Wat is ‘de beste versie van jezelf’ De ‘beste versie van jezelf’ suggereert dat er een finish-lijn is die je kunt behalen op het onderwerp van persoonlijke groei en zelfontwikkeling. Het leven valt uit te spelen en de trofee aan het einde van de reis is ‘de beste versie’ van wie je bent. Blijkbaar is wie je nu bent nog niet goed genoeg en moet er veel verbeterd worden. De vraag die je jezelf kunt stellen is of ‘de beste versie’ een gezond doel is, of dat er een zachtaardige versie mogelijk is. Voordat we daarop in gaan, verklaren we eerst waar onze drie favoriete wetenschappen je kunnen ondersteunen bij ‘de beste versie’. Van ‘beste zelf’ naar ‘niet goed genoeg’ Vanuit de sociale psychologie valt te verklaren waar de wens tot ‘de beste versie van jezelf’ vandaan komt. Veel mensen vergelijken zichzelf voortdurend met anderen, om te kunnen beoordelen hoe zij in de rangorde tussen andere mensen staan. Het is cultureel bepaald waar jij aan ‘hoort te voldoen’ en dat wordt vervolgens het vertrekpunt. ‘Je beste zelf’ wordt daarmee voor veel mensen al vrij snel wat anderen als ‘beste’ zien. De beleefde druk vanuit die omstanders wordt als norm genomen en daar moet tegenop gewerkt worden. Logisch gevolg is dat je een verschil ziet tussen wie je eigenlijk bent en wie je idealiter hoort te zijn. Die afstand levert vaak stress op, want je bent nog niet wie je hoort te zijn. Je bent dus nog niet ‘je beste zelf’ en daarmee ‘niet goed genoeg’. Culturele norm tegenover jouw biologie De neurowetenschap laat zien hoe lastig het is om meer te worden dan je nu bent. Ja, de hersenen zijn in staat om mee te bewegen en nieuwe banen in het hoofd aan te leggen via neuroplasticiteit, maar eenvoudig is dat niet. Het brein kiest het liefst voor gedrag op basis van oude patronen, in plaats van nieuwe. Je kunt je verstandelijk voornemen om ‘de beste versie’ te worden, maar je bent nu ook al iemand. Wie je bent geworden is decennia lang ingesleten en jouw hersenen kiezen het liefst de weg van de minste weerstand. Dat scheelt veel energie namelijk. De norm vanuit anderen blijkt cultureel bepaald en je neemt het op tegen jouw eigen biologie als je ‘de beste versie’ wil zijn. Gedragsverandering is mogelijk, maar de vraag is of je jezelf kunt vormen naar een zelf bedacht ideaalbeeld. Misschien is het tijd voor een alternatief op ‘de beste versie van jezelf’. De ‘goed genoeg versie van jezelf’ De tegenhanger van ‘de beste versie’, is de ‘goed genoeg versie’. Ja, het is zeker mogelijk om gedrag te veranderen, je beter over jezelf te voelen en door te ontwikkelen. De vraag is alleen wel met welk doel we aan de slag gaan. Is er een soort van optimum waar we aan moeten voldoen? Of is jouw eigen ontwikkeling een voortdurende reis die nooit ophoudt, maar dus ook geen finish kent? Gaat het over ‘goed genoeg’ of over ‘de beste versie’? Jij beslist. Uit onderzoek blijkt dat je meer kans maakt op een gelukkig leven als je jezelf niet voortdurend met anderen vergelijkt en jezelf niet aan praat dat je moet voldoen aan de hoogste standaarden. Hoe word je een ‘betere’ versie van jezelf? Bij de Gedragscoach houden we ons niet bezig met de beste versie van mensen. Het leven is wat ons betreft niet maakbaar op dat niveau. De wens ‘beste versie van jezelf’ komt vaak voort uit een dieper liggende pijn en daar richten we ons liever op. We treffen met regelmaat mensen die van mening zijn dat ze het nooit goed kunnen doen in de ogen van anderen, of zichzelf niet goed genoeg vinden ten opzichte van anderen. Om die pijn te Vermijden, worden er zinnetjes en doelen gesteld die afleiden van de pijn. ‘Hoe word ik de beste versie van mijzelf’, zien wij dus meer als een signaal dat je jezelf nog niet ‘goed genoeg’ vindt. Daar kunnen we mee aan de slag. Persoonlijke groei is mogelijk als je begrijpt hoe gedragsverandering werkt, maar de vraag is wat je ermee wil bereiken. Gedrag wordt gestuurd door wat we ervaren, niet door wat we ons voornemen. Op het moment dat je gaat ervaren dat je goed genoeg bent, is de beste versie van jezelf niet meer relevant. Bronnen Sociale PsychologieFestinger, L. (1954). A Theory of Social Comparison Processes. Human Relations, 7(2), 117–140.Higgins, E. T. (1987). Self-Discrepancy: A Theory Relating Self and Affect. Psychological Review, 94(3), 319–340.Baumeister, R. F., & Leary, M. R. (1995). The Need to Belong: Desire for Interpersonal Attachments as a Fundamental Human Motivation. Psychological Bulletin, 117(3), 497–529. NeurowetenschapDuhigg, C. (2012). The Power of Habit: Why We Do What We Do in Life and Business. Random House.Hebb, D. O. (1949). The Organization of Behavior: A Neuropsychological Theory. Wiley.Doidge, N. (2007). The Brain That Changes Itself: Stories of Personal Triumph from the Frontiers of Brain Science. Penguin. Toegepaste Gedragsanalyse (ABA)Skinner, B. F. (1953). Science and Human Behavior. Free Press.Cooper, J. O., Heron, T. E., & Heward, W. L. (2007). Applied Behavior Analysis (2nd ed.). Pearson.Baer, D. M., Wolf, M. M., & Risley, T. R. (1968). Some Current Dimensions of Applied Behavior Analysis. Journal of Applied Behavior Analysis, 1(1), 91–97.

Zelfvertrouwen ontwikkelen? Zo pak je dit aan!
Wil je zelfvertrouwen ontwikkelen? Dat moet je eerst begrijpen wat zelfvertrouwen is en hoe het ontstaat. In dit artikel leggen we uit waar zelfvertrouwen in essentie over gaat en hoe je dit onderwerp vastpakt. Wat is zelfvertrouwen? Zelfvertrouwen is een woord dat we gebruiken om te wijzen naar het hebben van ‘vertrouwen’ in jouw ‘zelf‘. Als je beschikt over voldoende zelfvertrouwen, dan heb je een positieve verwachting over jouw eigen vermogens. Je bent er van overtuigd en weet daarmee zeker dat je meestal op een juiste manier handelt in sociale en/of taakgerichte situaties. Bij zelfvertrouwen kan jouw ‘zelf’ met een onzekere en onvoorspelbare omgeving om gaan en nog steeds consistent gedrag vertonen. Je weet en doorleeft dat je zelf invloed hebt op wat er gebeurt. Je werkt vanuit jezelf, niet vanuit de buitenomgeving. Je gelooft dat niet jouw omstandigheden of de mening van anderen, maar jouw ‘zelf’ grip heeft op de uitkomst. Iets dat in de sociaal psychologie een ‘interne locus of control’ wordt genoemd. Hoe ontstaat zelfvertrouwen? Zelfvertrouwen is niet iets dat je je voorneemt of afspreekt met jezelf. Jezelf vertellen dat je zelfvertrouwen hebt gaat wat ons betreft niet werken. Zelfvertrouwen is een interne overtuiging en een daarmee proces dat tijd kost om op te bouwen. Het hebben van ‘vertrouwen’ in ‘jouw zelf’ komt voort uit het werken vanuit duidelijke normen en waarden, die via de omgeving positief worden bevestigd. Die normen en waarden worden vergeleken met de omgeving en die omgeving laat zien dat jij geaccepteerd wordt. Daar is wel voor nodig dat je bereid bent om die ‘zelf’ aan te passen aan de omgeving en bij te sturen. Je gedraagt je op een bepaalde manier, je evalueert hoe je gezien wordt en bouwt naar aanleiding van die feedback verder. Je moet dan wel bereid zijn oprecht en open te evalueren. Daar zit voor veel mensen het probleem. Hoe ontstaat een gebrek aan zelfvertrouwen? Zoals gezegd gaat het opbouwen van zelfvertrouwen over de chemie tussen jouzelf en de omgeving. Je leert gaandeweg te geloven dat waar jij voor staat, goed genoeg is. Een gebrek aan zelfvertrouwen ontstaat door een gebrek aan evaluatie momenten tussen jou en de omgeving. Als je bang bent afgewezen te worden of het nooit goed te doen in de ogen van anderen, dan word je terughoudend in het polsen van de buitenomgeving. Het feedback mechanisme tussen jouw ‘zelf’ en mensen om je heen komt niet op gang en er ontstaat geen ‘vertrouwen’ in de ‘zelf’. Het logische gevolg is dat er geen overtuiging ontstaat over de ‘zelf’ en er dus geen vertrouwen is. Mensen met een gebrek aan zelfvertrouwen zijn goed waar te nemen, mits je geoefend bent. Hoe herken je een gebrek aan zelfvertrouwen? Mensen die een gebrek aan zelfvertrouwen hebben, uiten zich op twee wijzen. Deze uitingen hangen samen met een gebrek aan overtuiging van de ‘zelf’, Een gebrek aan zelfvertrouwen gaat dus over het Vermijden van een negatieve beoordeling van anderen. Tussenstand: waar sta jij? Nu we besproken hebben wat zelfvertrouwen is en wat het niet is, wordt misschien voor jouzelf duidelijker waar jij staat. Tijd voor een korte zelf-evaluatie. Zelfvertrouwen ontwikkelen? Dit is onze aanpak Bij de Gedragscoach praten we liever niet tijdens eindeloze sessies over het huidige zelfbeeld en het verleden. We gaan liever concreet aan de slag. Want zoals we bespraken: het opdoen van positieve ervaringen via anderen is de sleutel tot meer zelfvertrouwen. Daar is voor nodig dat je gaat.. ervaren. Je bent namelijk wat je doet, niet wat je zegt. Zelfvertrouwen ontwikkelen volgens de sociale psychologie Vanuit de sociale psychologie ontstaat zelfvertrouwen in de wisselwerking tussen jou en je omgeving. Het gaat om de verwachting dat je effectief kunt handelen, ook in onzekere situaties. Die verwachting bouw je niet op door erover te praten, maar door te ervaren. Door jezelf in situaties te plaatsen die jij zelf als risicovol ziet, kun je beoordelen hoe situaties verlopen. Mits je echt open staat voor feedback. Zo leer je beter op jouw ‘zelf’ te vertrouwen en wordt bevestigd waar jouw kracht ligt. Hoe vaker je merkt dat jouw gedrag effect heeft en klopt met jouw eigen inschatting, hoe sterker je overtuiging wordt dat jij zelf invloed hebt op de uitkomst. Je begint te geloven dat niet je omstandigheden, maar jouw keuzes de uitkomst bepalen. Zelfvertrouwen ontwikkelen volgens de neurowetenschap Jouw brein speelt een grote rol bij het opbouwen van zelfvertrouwen. Neurowetenschappelijk onderzoek laat zien dat vertrouwen ontstaat wanneer je hersenen herhaaldelijk signalen ontvangen dat je situaties aankunt. Het blijkt zo te zijn dat vertrouwen letterlijk banen vormt in je hoofd. Vertrouwen is er dus wel (en helemaal), of niet. Positieve ervaringen activeren het beloningssysteem en geven een dopaminepiek, waardoor je brein leert: ‘dit kan ik’ . Daar is wel voor nodig dat je positieve ervaringen organiseert door het ophalen van feedback van anderen. Stress veroorzaakt het tegenovergestelde. Een verhoogd cortisolniveau maakt dat je sneller risico’s vermijdt en jezelf kleiner maakt of juist opblaast. Daarom helpt het ook om bewust te werken aan stressregulatie, bijvoorbeeld door ademhaling, beweging en voldoende rust. Sociale interactie speelt ook voor jouw hersenen een rol. Het hormoon oxytocine versterkt verbinding en maakt dat je je veiliger voelt bij anderen. Hoe meer situaties veilig blijken te zijn, hoe meer je brein leert vertrouwen op jouw eigen capaciteiten. Zelfvertrouwen ontwikkelen volgens de toegepaste gedragsanalyse Binnen de toegepaste gedragsanalyse is gevoel niets meer dan een feedback mechanisme. Te weinig vertrouwen is dus te weinig positieve feedback. Je bouwt positieve feedback op door het doen en door te merken dat jouw gedrag effect heeft. Je ervaart positieve consequenties, na het gedrag. Elk klein succes is een vorm van bekrachtiging, waardoor de kans groter wordt dat je dit gedrag opnieuw inzet. Het helpt om bewust situaties op te zoeken waarin je haalbare stappen kunt zetten, feedback te vragen en je gedrag te evalueren. Niet de vraag ‘hoe voel ik me?’ staat centraal, maar: ‘wat doe ik?’ Door nieuw gedrag in verschillende contexten te oefenen en te merken dat het werkt, groeit je overtuiging dat je het kunt. Zelfvertrouwen ontstaat zo stap voor stap:

Welke invloed heeft cultuur op individueel gedrag?
Cultuur en gedrag zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar hoe zit dat precies? Welke invloed heeft cultuur op gedrag binnen organisaties? In dit artikel ga ik in op hoe een cultuur ontstaat en welke invloed dit heeft op het gedrag van een individu. Eén ding staat vast: wat mensen in groepen doen is vaak wezenlijk anders dan zij individueel zouden besluiten. Hoe ontstaat een cultuur? Cultuur is datgene wat tussen mensen in zit. Het zijn de geschreven en ongeschreven regels van een groep mensen. Cultuur gaat daarmee vooral over hoe mensen samenwerken. Het is daarbij niet nodig om elkaar goed te kennen om een cultuur te laten ontstaan tussen mensen. Voetbalsupporters die hetzelfde team steunen maar elkaar niet kennen, hebben niet veel tijd nodig om met elkaar op te kunnen trekken. Cultuur is er altijd, omdat mensen sociale wezens zijn die op zoek zijn naar sociale inclusie. De mens is van nature geneigd om op zoek te gaan naar gelijkgestemden. Waarom we dat doen zou kunnen liggen in de evolutie van de mens: we overleven alleen als we met een groep optrekken. De mens op zichzelf is te kwetsbaar en om die reden zijn we op zoek naar geborgenheid en veiligheid. Wat beïnvloed cultuur? Als we het hebben over cultuur, dan hebben we het over samenwerken. Als we nadenken over wat een cultuur beïnvloedt, dan zou je de parallel kunnen trekken met wat samenwerking beïnvloedt. Op welk moment werkt de mens goed samen met anderen? Samenwerking tussen mensen ontstaat dus bij voldoende druk van buitenaf en op het moment dat we elkaar vinden in de manier waarop we denken en doen. Het is belangrijk dat je je realiseert dat cultuur altijd ontstaat tussen mensen, ook als je het niet wil. We zijn immers allemaal op zoek naar acceptatie. Binnen organisaties kan dit vervelende gevolgen hebben en kan een ‘cultuurprobleem’ hierdoor ontstaan. Mensen vinden elkaar op een wijze die niet helpend is voor de organisatie. Lees ook: Wat is een cultuurverandering en waardoor kan een cultuur veranderen? Wat beïnvloed de cultuur binnen een organisatie? Alhoewel veel organisaties een bepaalde ‘organisatiecultuur’ voor ogen hebben, blijken dikwijls groepjes mensen binnen een organisatie daar een heel ander beeld op na te houden. Op welk moment onttrekken medewerkers van een organisatie zich aan de organisatiecultuur en vormen zij een eigen (sub)cultuur? Groepen mensen beïnvloeden dus de cultuur binnen een organisatie als zij reden hebben om elkaar te vinden en zich aan elkaar te verbinden. De vraag is wat die reden is. Ieder gedrag is logisch voor degene die het vertoont. Ook onwenselijk gedrag binnen organisaties heeft een logische reden. Lees ook: Antropologie en gedragsverandering. Wanneer werken we écht samen? Waardigheid en trots voor de toekomst · Werkplezier en werkgeluk in de verpleeghuiszorg volgens Lex Tabak Welke invloed heeft cultuur op individueel gedrag? Nu we weten dat de mens geneigd is om zich aan te sluiten bij anderen en cultuur zomaar kan ontstaan, kunnen we iets zeggen over de invloed van cultuur op gedrag. Hieronder een filmpje dat laat zien hoe ver mensen gaan om toch bij de groep te horen. We negeren de waarheid onder druk van de groep. Het blijkt dus dat we ons liever aansluiten bij een groep, dan dat we voor onszelf kiezen. Met andere woorden; op het moment dat een groep mensen écht begint samen te werken, levert dit weinig kritiek van binnenuit meer op. Daarnaast is het mechanisme van de groep erop gericht om zichzelf in stand te houden. Eventuele criticasters zullen er dus eerder uitgewerkt worden, dan dat zij omarmd worden voor hun afwijkende mening. De veel gebruikte interventie om een getalenteerde nieuwe medewerker in een team te plaatsen om op die wijze de ‘cultuur’ binnen een team te wijzigen, heb ik nog nooit zien slagen. Dit is ook logisch, als je je realiseert dat zo’n persoon het lastig volhoudt tegen het geweld van de groepsnorm. Hoe verandert een cultuur? Een cultuur verandert niet vanzelf. Als een aantal medewerkers binnen een organisatie met elkaar optrekken en hun ongenoegen structureel met elkaar delen, dan heb je als organisatie een probleem dat aandacht nodig heeft. De groep zal namelijk niet zomaar afstand doen van hun verhaallijn met de komst van een nieuwe manager, een verbeterplan of een training. Een organisatiecultuur heeft alleen kans van slagen als alle gezichten dezelfde kant uit staan, omdat alle gezichten deze kant zien zitten. Je kunt niet over de grondoorzaak van een cultuurprobleem heen stappen. Het cultuurprobleem zal bij de bron aangepakt moeten worden om de cultuur te doen veranderen.

3 tips uit de gedragseconomie om flexibeler te werken
Werken zal nooit meer zo worden als voor de pandemie. Medewerkers hebben ervaren hoe het is om geen reistijd te hebben. Bedrijven merken dat ze met minder kantoorruimte goed wegkomen. Nieuwe patronen op werk zijn na meer dan een jaar thuiswerken ingesleten. Hybride werken is het nieuwe buzzwoord. Weinig mensen zouden dan ook helemaal terug willen naar het ‘oude’ normaal, maar niet iedereen is overstag. Er zijn bedrijven die graag flexibeler zouden werken, maar zij ondervinden dat hun werknemers hier moeite mee hebben. Daarom delen we in dit artikel 3 tips vanuit de gedragseconomie hoe je medewerkers helpt flexibeler te werken. Waarom is gedragsverandering op werk lastig? Ons gedrag op werk wordt gevormd door persoonlijke voorkeuren, maar zeker ook door onze omgeving, in dit geval collega’s en de bedrijfscultuur. Om werknemers te helpen zich aan te passen aan flexibel werken is het belangrijk te snappen waar het knelt. Uit analyses van werknemersgedrag en bedrijfscultuur zijn er 3 barrières gevonden die deze gedragsverandering bemoeilijken. We bespreken ze hieronder stuk voor stuk en delen tips om deze barrière te overkomen. Sociale normen werken verandering tegen Een van de sterkste invloeden op ons gedrag zijn sociale normen. We blijven groepsdieren. Bewust en onbewust letten we veel op elkaar. We wijken daarom niet graag af van wat ‘normaal’ gevonden wordt op werk. Daarom is het veranderen van een organisatiecultuur zo lastig. Je kan het thuiswerk- of werktijden beleid aanpassen, als er een sterke 9-tot-5 op kantoor cultuur heerst zal er weinig veranderen. Vaak uit zich dit in grapjes richting mensen die later binnenkomen of opmerkingen als mensen vanuit huis inbellen. Het veranderen van deze sociale normen vraagt dat het nieuwe gedrag normaal wordt. Vaak liggen er onder negatieve associaties met flexibel werken aannames. Zo kunnen mensen denken dat thuiswerken minder productief is of dat collega’s die eerder van kantoor gaan lui zijn. Belangrijk is het om de perceptie van flexibeler werken te veranderen. Benadruk daarom de voordelen van flexibeler werken en bespreek dit met de werknemers. Door de perceptie te veranderen kan je een vastgeroeste organisatiecultuur doorbreken. Zo wordt het sociaal meer geaccepteerd als mensen anders werken. Hiërarchische druk maakt angstig Hoe plat een organisatie ook is, mensen kijken altijd hoe senior medewerkers zich gedragen binnen het bedrijf. Zelfs als managers flexibeler werken aanmoedigen, zie je vaak dat werknemers hun gedrag niet aanpassen. Dat komt ook omdat managers vaak geen voorbeeldgedrag tonen. Ze werken zelf nog op de oude manier. Dit geeft het idee dat flexibeler werken niet de bedoeling is. Wanneer je het idee hebt dat het je carrière kan schaden als je afwijkt qua werkwijze, denk je wel twee keer na en blijf je gewoon doen wat je al deed. Daarom is het belangrijk dat het management of senior medewerkers binnen het bedrijf het juiste voorbeeld geven. Bijvoorbeeld door zelf vaker thuis te werken of te variëren in werktijden. Weinig werkt beter dan voorbeeldgedrag van invloedrijke collega’s. Persoonlijke levensstijl bemoeilijkt flexibeler werken Als laatste belemmering zie je vaak dat er persoonlijke obstakels zijn die het gewenste gedrag bemoeilijken. Zo zijn er nog steeds werknemers die thuis geen geschikte thuiswerkplek hebben. Dit vanwege ruimtegebrek of huisgenoten. Ook kan het zijn dat de werkzaamheden zich niet goed lenen voor thuiswerken. Tijdelijke aanpassingen ten tijde van corona kunnen op de lange termijn onprettig werken. Wij mensen kiezen vaak de weg van de minste weerstand. Op het moment dat thuiswerken een gedoe is of dat werken op andere tijden niet goed gefaciliteerd wordt, doen we wat wel werkt. Zorg er daarom als bedrijf voor dat flexibel werken minstens zo makkelijk is als voorheen 9-tot-5 op kantoor. Investeer in goede thuiswerkplekken en apparatuur en zorg dat het kantoor ook buiten 9-tot-5 goed toegankelijk en ondersteunend is. Wennen aan flexibeler werken heeft tijd nodig Door bovenstaande barrières weg te nemen zal flexibeler werken het nieuwe normaal worden. Zorg er voor dat flexibeler werken niet alleen voordelig is voor de werkgever, maar ook voor de werknemers zelf. Zo kunnen we allemaal wennen aan het nieuwe ‘normaal’. Bron: HBR.org

Waarom kennis over gedrag je leven verandert
Alles is gedrag. Van hoe je met anderen omgaat, tot hoe je met jezelf omgaat. Van kleine keuzes in het dagelijks leven, tot grote maatschappelijke bewegingen en geopolitieke verschuivingen. Gedrag zit overal tussen. Toch leren we nauwelijks over wat gedrag écht is en waar het vandaan komt. Terwijl gedrag alles beïnvloedt. In dit artikel leggen we uit waarom kennis over gedrag je leven verandert. Want dat deed het bij ons ook. Kennis over gedrag en gedragsverandering is beperkt Veel mensen hebben weinig tot geen kennis over gedrag en gedragsverandering. Dat is opmerkelijk, want we hebben de hele dag te maken met ons eigen gedrag en dat van anderen. Of het nu gaat om hoe je functioneert op je werk, omgaat met conflicten in de relaties die je hebt, of het bereiken van de doelen die je jezelf stelt: alles is gedrag. Inzicht in gedrag geeft je richting en regie. Want pas als je weet waarom mensen doen wat ze doen—inclusief jijzelf—krijg je grip op wat er speelt. En dat verandert alles. Kennis over gedrag verandert jouw leven Stel je voor dat je snapt wat jou drijft, wat je tegenhoudt en waarom je telkens in dezelfde patronen belandt. Dat je niet langer hoeft te gissen naar de intenties van anderen, maar gedrag kunt lezen als een taal. Je merkt sneller wat er écht speelt in een gesprek. Je herkent reflexen bij jezelf en anderen en je weet hoe je invloed kunt uitoefenen zonder te hoeven duwen. Met kennis over gedrag ontstaat er ruimte. Voor betere keuzes, voor verbinding, voor verandering. Je reageert minder op de automatische piloot en meer vanuit bewustzijn. En dat maakt je niet alleen effectiever, maar voelt ook vrijer. Vrijer om te zijn wie je wil zijn, in werk, relaties en in hoe je met jezelf omgaat. .. en jouw blik op de wereld om je heen Wat als je niet alleen jezelf en de mensen om je heen beter begrijpt, maar ook de samenleving waarin je leeft? Dat je nieuwsberichten, politieke beslissingen, internationale conflicten en sociale spanningen niet langer als verwarrend of willekeurig ervaart, maar als uitingen van herkenbare gedragsmechanismen. Je ziet angst, behoefte aan controle, groepsdruk, beloning, vermijding, want je herkent de patronen. Ineens begrijp je waarom een wereldleider doet wat hij doet. Waarom groepen radicaliseren. Waarom beleid faalt of slaagt. Het maakt je minder vatbaar voor simplificaties en meer weerbaar tegen manipulatie. Ook nemen je zorgen wat af en misschien groeit er zelf wel wat empathie. Want wie had gedacht dat die masculiene wereldleider eigenlijk ten diepste bang is om niet gezien en gehoord te worden? Bij de Gedragscoach leer je niet alleen kijken naar wat mensen doen, maar waarom ze het doen. Die helderheid is heel waardevol in een wereld die steeds complexer lijkt. Wat kun je praktisch met kennis over gedrag? Inmiddels investeren we bijna 15 jaar in onze kennis over gedrag en gedragsverandering. Iedere dag leren we bij. Via de mensen die we begeleiden en hun vragen aan ons voorleggen. Inmiddels durven we te stellen dat we iedere situatie kunnen verklaren en daarom het ‘wat’ en ‘waarom’ altijd te kunnen duiden. Ook bij mensen die we nog nooit ontmoet hebben. Want mensen gedragen zich heel wetmatig. Wat kun je praktisch met kennis over gedrag? Een greep uit onze ervaringen. Bij jezelf gaat het over jouw ‘zelf’ In jouw relaties gaat het over verbinden en verantwoordelijkheid In jouw omgeving: van gezin en familie tot teams In de samenleving als geheel Gedrag komt iedere keer op hetzelfde neer Zoals gezegd is gedrag wetmatig. Daardoor is het voorspelbaar. Waardoor je op voorhand na kunt denken over wat jij gaat doen, als jijzelf of de ander bepaald gedrag laat zien. Of je nu vastloopt in jezelf, in de relatie met een ander of in een groep mensen: met gedragskennis kun je begrijpen, beïnvloeden en veranderen. Dat is geen magie, maar logica. Als je weet waar je naar moeten kijken. “Het is alsof je een bril opzet waardoor alles ineens een andere betekenis krijgt.” – coachee van de Gedragscoach Let op: dit is geen vrijblijvende route Gedrag begrijpen is geen trucje. Het is een vaardigheid die je ontwikkelt, een denkwijze die je traint en soms zelfs een manier van leven die je opnieuw moet vormgeven. Het vraagt oefening, geduld, confrontatie en lef. Hoeveel lessen gun jij jezelf? Bij autorijden weet je van tevoren dat het je tijd, focus en tientallen lessen gaat kosten. Gek genoeg verwachten we bij gedragsverandering vaak dat het ineens moet lukken. We zien in populaire literatuur boeken verschijnen die je hink-stap-sprong uitleggen hoe je een gedraging kunt veranderen. Als je maar klein begint, het makkelijk maakt en het koppelt aan iets bestaands, dan verander je vanzelf. Zo leer je bijvoorbeeld om elke ochtend 10 minuten te mediteren door het koppelen aan je koffiemoment. Handig. Slim. Maar dat noemen wij geen gedragsverandering. Als je écht wil snappen waarom je doet wat je doet en waarom anderen doen wat zij doen, dan vraagt dat iets van je. De afgelopen jaren hebben we mensen gezien die na één sessie afhaakten omdat het te confronterend werd. En we hebben mensen begeleid die al tien jaar met ons werken, omdat het hen telkens nieuwe lagen inzicht en vrijheid oplevert. Daarom alvast deze waarschuwing. Als je eenmaal doorziet hoe gedrag werkt, kun je het niet meer ontzien. Je gaat verbanden zien in je relaties, in je jeugd, in je werk, in het nieuws, in hoe mensen zich gedragen op straat. Je stapt als het ware een andere werkelijkheid in. Fascinerend en bevrijdend — maar niet vrijblijvend. Dus vraag jezelf af: wil je dit echt aangaan? Als je dat durft, beginnen we graag bij jouw eerste vraag. Laten we van start gaan.

Hoe kom je van stress af?
In dit artikel krijg je inzicht in waar stress vandaan komt én bespreken we inzichten en tools om beter met stress om te gaan. Belangrijkste inzicht? Stress is een symptoom, geen probleem op zichzelf. Wat is stress? Stress is het verzamelbegrip voor een inwendige, gejaagde en vaak lichamelijke reactie die je ervaart. Dit gaat gepaard met een onrustig gevoel, spanningen of angst. Sommige mensen hebben bij stress negatieve gedachten die gericht zijn op de buitenomgeving. Kortdurende stress heeft nut: het is een overlevingsmechanisme dat jouw lichaam helpt om snel in actie te komen. Langdurige stress is ziekmakend. Jouw systeem staat in zo’n geval te vaak en te lang aan, waardoor stress een bron wordt van uitputting en klachten. Als mensen bij langdurige stress door het lichaam gedwongen worden om rust te nemen, dan noemen we dit ‘burn-out’. Stress volgens de sociale psychologie In de sociale psychologie wordt stress gezien als iets dat afhankelijk is van hoe je jezelf ziet in relatie tot wat de omgeving van je verwacht. Stress ontstaat door de sociale context waarin je leeft. Volgens de sociale psychologie ervaren we spanning vooral wanneer onze relaties, status of sociale rollen op het spel staan. Verwachtingen van collega’s, groepsdruk of de angst om afgewezen te worden. Een gebrek aan psychologische veiligheid zou sterk bepalend zijn voor een gevoel van stress. Stress is daarmee vooral een reactie op sociale dreiging. Verlies van waardering, uitsluiting of schaamte. Op die manier wordt stress niet zozeer een individuele ervaring, maar vooral een sociaal fenomeen dat voortkomt uit onze behoefte aan verbondenheid, erkenning en veiligheid binnen groepen. Inzicht: de benadering van sociaal psychologen zit logischerwijs vooral op het verkennen van wie jij bent en wat jouw omgeving van je verlangt. Stress volgens de neurowetenschap Stress is een reactie van je brein en zenuwstelsel op een door jou waargenomen dreiging. Dit hoeft niet per se een daadwerkelijke dreiging te zijn. Zodra de amygdala gevaar detecteert, activeert ze een heel van de hersenen waar stresshormonen zoals adrenaline en cortisol vrijkomen. Dit zet je lichaam in een staat van paraatheid. Je hartslag en ademhaling versnellen, je spieren spannen zich aan en je aandacht vernauwt naar het mogelijke gevaar. Tegelijkertijd wordt de prefrontale cortex, die normaal verantwoordelijk is voor rationeel denken en zelfcontrole, deels onderdrukt. Je reageert sneller, maar minder doordacht. Inzicht: mensen die stress ervaren vertonen vaak onlogische gedrag, want denken letterlijk niet goed na. Andersom: mensen die onverstandige dingen doen hebben misschien meer stress dan jij denkt. Stress volgens de toegepaste gedragsanalyse Volgens de toegepaste gedragsanalyse (ABA) is de mens de optelsom van al zijn ervaringen tot vandaag aan toe, afgezet tegen de omgeving van dit moment. Is er een match tussen jouw vorming en de omgeving? Dan is dat passend en weinig stressvol. Is er afstand tussen jouw vorming en wat er van jou verlangd wordt, dan levert dat stress op. De reden(en) van stress noemen we een ‘stressor’. Bijvoorbeeld – Petra spreekt geen Frans en krijgt autopech in Frankrijk. Bij een lokale garage kan zij zich niet verstaanbaar maken. Dat levert stress op, want ze wil uitleggen wat er gebeurd is. Er wordt namelijk iets van Petra verlangd (frans spreken) dat zij tussen geboorte en vandaag niet heeft geleerd. Haar gebrek aan franse taalvaardigheid is een stressor in de omgeving Frankrijk, maar niet in Nederland. Inzicht: in de gedragswetenschap heeft stress een signaalfunctie: je mist (nog) vaardigheden om ontspannen met je omgeving om te gaan. Overdreven gezegd: had je Frans geleerd voordat je door Frankrijk reed, dan was er niets aan de hand geweest. Stress is afhankelijk van hoe jij je omgeving ervaart Als we de sociale psychologie, neurowetenschap en toegepaste gedragsanalyse samenbrengen dan is stress in ieder geval een signaal dat de omgeving niet passend is. Of, scherper gezegd, een signaal dat jijzelf de omgeving niet als passend ervaart. Stress wordt daarmee persoonsafhankelijk. Want de ene persoon is nu simpelweg minder gevoelig voor een spanningsveld met de buitenomgeving, dan de ander. Wetenschappelijk bewijs laat zien dat mensen verschillen in hoe ze stress ervaren, ook bij vergelijkbare situaties. Je persoonlijkheid, ervaringen uit het verleden, jouw beleving van controle en je sociale omgeving zorgen ervoor dat wat voor de één slechts ‘spannend’ is, voor de ander ‘stressvol’ voelt. Hoe kom je van stress af? Stress is in essentie een signaal. Het vertelt je óf dat er te veel stressoren in je omgeving actief zijn, óf dat je te weinig copingmechanismen of vaardigheden hebt ontwikkeld om er goed mee om te gaan. De stressvolle situatie verlaten kan slechts op twee manieren: Het lastige is dat juist wanneer je stress ervaart, je denkvermogen onder druk staat. De prefrontale cortex schakelt terug, waardoor rationeel plannen en oplossingen bedenken moeilijker wordt. Daarom hebben mensen die gestrest zijn vaak hulp, structuur of begeleiding nodig om een stap uit die spiraal te zetten. We zien in de praktijk vaak dat mensen die veel stress ervaren, van de ene onverstandige beslissing in de andere rollen. Ook het zoeken van hulp en het investeren in meer eigen regie wordt op een bepaald moment als te stressvol ervaren, waardoor er een vicieuze cirkel ontstaat die vooral voor de mensen om die persoon heen heel moeilijk kan zijn. Praktisch aan de slag Wil je aan de slag met alle onderdelen die stress veroorzaken? Hieronder wat praktische tools die bewezen effect hebben. Wanneer de praktijk lastig blijkt Je kunt blogartikelen en boeken lezen, podcasts luisteren en je van alles voornemen, maar de praktijk blijkt vaak lastig bij het verminderen van stress. Bij de tips hierboven gaan we er namelijk vanuit dat je anderen voldoende vertrouwt, je in staat bent om je terug te trekken in jezelf en dat je in staat bent om jouw eigen gedrag objectief te kunnen evalueren. De vraag is of dat lukt. Want zoals we aan de start van het artikel al bespraken: het gaat om jouw beleving van de omgeving en van jezelf. Stress is niet voor iedereen hetzelfde, omdat sommige mensen nu eenmaal meer beren op de weg zien dan anderen. Vertoon je uitstelgedrag op het aanpakken van stress? Stuur ons een bericht.

Waarom veel mensen niet nieuwsgierig zijn
Vraag je je weleens af waarom sommige mensen nooit vragen hoe het met jou gaat? Is dit een gebrek aan interesse, of is er meer aan de hand? We leven in een tijd waarin eenzaamheid toeneemt. En toch zou verbinding maken vaak zo simpel kunnen beginnen: met een beetje nieuwsgierigheid. In dit artikel leggen we uit waarom veel mensen niet nieuwsgierig zijn. Wat is nieuwsgierigheid? Nieuwsgierigheid is de drang om het onbekende te willen kennen. Vanuit de toegepaste gedragsanalyse (ABA) vertoon je nieuwsgierigheid als je een vraag stelt, of op zoek gaat naar kennis en informatie. Vanuit de sociale psychologie is nieuwsgierigheid vooral een manier om verbinding te maken met anderen. Door het stellen van vragen, toon je interesse. Hierdoor verdiep of onderhoud je relaties met anderen. De neurowetenschap ziet nieuwsgierigheid als een proces waarbij er beloning ontstaat in het brein. Wanneer je iets nieuws leert of je betrokken voelt, activeert dit je dopaminesysteem. Jouw nieuwsgierigheid vertaalt zich letterlijk in energie en motivatie. Wat levert nieuwsgierigheid op? Het hebben van nieuwsgierigheid levert veel op voor jezelf en voor de omgeving. In dit artikel gaan we vooral in op het belang van nieuwsgierigheid tussen mensen onderling. Wat gebeurt er als jij nieuwsgierig bent naar anderen toe? Voordelen te over dus. Toch zijn er veel mensen die weinig interesse tonen en niet nieuwsgierig zijn. Hoe herken je weinig nieuwsgierigheid? Voordat we in gaan op de logica van niet nieuwsgierig zijn, eerst een aantal voorbeelden van hoe je bij iemand weinig interesse in anderen herkent. Het noodzakelijke ingrediënt voor nieuwsgierigheid Nu we merken dat er weinig nieuwsgierigheid is, komen we toe aan de redenen hiervoor. Bij de Gedragscoach draaien we de vraag graag om. Niet ‘waarom is iemand weinig nieuwsgierig?‘, maar ‘wat is noodzakelijk om nieuwsgierig te kunnen zijn?‘ Al het gedrag is logisch. Als een gebrek aan nieuwsgierigheid logisch is, dan moet er dus een reden zijn waarom er geen nieuwsgierigheid is. Hoe wij er naar kijken? Bij een gebrek aan nieuwsgierigheid, ontbreekt het noodzakelijk ingrediënt voor nieuwsgierigheid in een ander: Ruimte in je hoofd om het verhaal van de ander te kunnen ontvangen. Waarom ervaren mensen geen nieuwsgierigheid? Als je stress ervaart, veel piekert of je zorgen maakt, staat je brein in een soort overdrive. De amygdala houdt je in een staat van alertheid. Jouw prefrontale cortex, die normaal zorgt voor overzicht, plannen en aandacht voor de ander, raakt overbelast. Onderzoek laat zien dat state anxiety (tijdelijke angst of nervositeit), direct samenhangt met minder nieuwsgierigheid. Je gedachten dwalen af naar je eigen verhaal en zorgen, in plaats van naar wat de ander zegt. Met andere woorden: hoe voller je hoofd, hoe minder mentale ruimte er is om écht geïnteresseerd te zijn in iemand anders. Stress slokt de bandbreedte van je brein op, waardoor nieuwsgierigheid naar de ander simpelweg geen prioriteit krijgt. Inzicht: mensen met weinig nieuwsgierigheid hebben mogelijk veel meer zorgen dan jij denkt. De pijnlijke praktijk Bij de Gedragscoach begeleiden we mensen die graag om willen gaan met andere mensen, maar daar moeite mee hebben. Een gebrek aan interesse vanuit een ander is soms heel frustrerend en teleurstellend. Vooral als het om naasten en vrienden gaat. Juist in hechte relaties kan het extra schrijnend zijn als nieuwsgierigheid of oprechte interesse ontbreekt. Denk aan een ouder die weinig vragen stelt aan een kind, waardoor het voelt alsof wat jij meemaakt er niet toe doet. Of een volwassen kind dat geen aandacht toont voor zijn ouder, terwijl die juist verlangt naar betrokkenheid. Ook vriendschappen kunnen hierin teleurstellen. Na een ingrijpend incident of moeilijke periode, kan een vriend met weinig mentale ruimte geen enkele vraag stellen over hoe het nu écht met je gaat. In zulke situaties is de teleurstelling groot, omdat je vanuit de aard en de duur van de relatie verwacht dat interesse vanzelfsprekend is. Dit laat zien dat de lengte of de vorm van een relatie geen garantie is voor de kwaliteit ervan. Wat telt, is of beide personen ruimte hebben in het hoofd is voor elkaars echte verhaal. Tref je weinig nieuwsgierigheid? Stel meer vragen Merk je dat iemand weinig interesse toont, dan kun je dat patroon vaak doorbreken door zélf meer vragen te stellen. Nieuwsgierigheid werkt namelijk aanstekelijk. Als jij oprechte aandacht geeft, voelt de ander zich gezien en ontstaat er sneller wederkerigheid. Het gaat niet om ingewikkelde of diepzinnige vragen, maar om eenvoudige openers als: “Hoe gaat het echt met je?” of “Wat vond je van dat moment?” Door nieuwsgierigheid actief voor te doen, nodig je de ander uit om datzelfde terug te doen. Zo verschuif je het gesprek van oppervlakkigheid naar verbinding. Heb je weinig nieuwsgierigheid? Wat is de bron? Als je merkt dat je weinig interesse toont in anderen, dan is dat vaak geen kwestie van onwil, maar van overbelasting. Je hoofd zit vol met zorgen, taken of spanning, waardoor er simpelweg weinig ruimte is om aandacht te hebben voor een ander. Vanuit de gedragsanalyse kijken we niet naar nieuwsgierigheid als eigenschap, maar als gedrag dat ontbreekt in je repertoire op dat moment. De eerste stap is zelfonderzoek naar welke prikkels of situaties jou zo opslokken dat er geen ruimte voor vragen naar anderen meer overblijft. Door concreet te zien waar jouw aandacht heen gaat, leg je de bron van je beperkte nieuwsgierigheid bloot. Want zo lang die bron niet aangepakt wordt, is er logischerwijs weinig ruimte voor vragen. Een situatie die voor jouw omgeving vaak niet begrepen wordt en heel frustrerend kan worden. Oefen met nieuwsgierigheid tonen Nieuwsgierigheid is klein, maar soms opent het grote deuren. Dus begin vandaag simpel: zeg eens hallo, stel een vraag, of deel wat er in je hoofd omgaat. Misschien is dat precies het zetje waardoor verbinden makkelijker gaat. Als je nog vragen hebt of ergens over nadenkt, vertel het ons. Wij horen graag van je. Wij vinden

Wanneer ben je volwassen?
Volwassen worden is meer dan een kaarsje uitblazen op je achttiende verjaardag. Het is geen stempel, geen diploma, geen t-shirt en al helemaal geen garantie. Want alhoewel je wettelijk volwassen bent vanaf je achttiende, betekent dat nog niet dat je ook gedrag vertoont dat daar bij past. Volwassenheid vraagt iets anders. Groeien in het aan gaan van verantwoordelijkheid, regie over jezelf en moreel besef. Maar hoe weet je of je er al bent? In dit artikel helpen we je op weg. Wanneer ben je volwassen? Je bent volwassen vanaf het moment dat je 18 jaar wordt. Toch? Nou, nee. Volwassenheid vergt veel meer dan het behalen van een bepaalde leeftijd. Volwassenheid komt neer op een set aan gedragingen die laten zien dat je een leven aan kunt met Verantwoordelijkheid voor jezelf en voor anderen. Maar wat ís volwassen gedrag dan precies? En wie bepaalt dat eigenlijk? We kennen allemaal mensen van 40 die zich nog gedragen als pubers. Ook kennen we jonge mensen van 20 die opvallend wijs, stabiel en verantwoordelijk zijn. Blijkbaar is volwassenheid geen vast punt op de tijdlijn, maar iets dat zich ontwikkelt of juist niet vooruit komt. Een product van jouw vorming. In dit artikel kijken we naar volwassenheid vanuit drie invalshoeken: de sociale psychologie, de neurowetenschap en de toegepaste gedragsanalyse (ABA). Elk perspectief werpt zijn eigen licht op de vraag: wanneer ben je echt volwassen? Wanneer ben je volwassen volgens de sociale psychologie? In de sociale psychologie wordt volwassenheid gezien als een sociale rol die je actief inneemt binnen je omgeving. Je wordt als volwassen beschouwd wanneer je zelfstandig keuzes maakt, verantwoordelijkheid neemt voor werk, relaties of ouderschap en je gedrag afstemt op geldende normen en waarden. Ook moreel besef en sociale verbondenheid spelen hierin een centrale rol. Volwassenheid betekent dat je je plek inneemt in de samenleving, zelfstandig functioneert én rekening houdt met anderen. Niet omdat het moet, maar omdat je het zelf belangrijk vindt om het juiste te doen. Welke karaktereigenschappen zijn nodig voor volwassenheid? Vanuit de sociale psychologie zijn er een aantal ingrediënten die vanuit jouw persoonlijke ontwikkeling noodzakelijk zijn om volwassen gedrag te vertonen. Wanneer ben je volwassen volgens de neurowetenschap? Vanuit de neurowetenschap wordt volwassenheid verbonden aan de ontwikkeling van de prefrontale cortex. Dit is het hersengebied dat essentieel is voor impulscontrole, langetermijnplanning, moreel redeneren en zelfregulatie. Deze regio is pas volledig ontwikkeld rond het 25e levensjaar. Vanuit deze wetenschap bekeken ben je dus pas echt volwassen wanneer je brein fysiek in staat is om gedrag te sturen dat past bij volwassenheid. In de praktijk zien we echter ook mensen van 25 jaar en ouder die moeite hebben met het overzien van gevolgen, het reguleren van emoties en het nemen van verantwoordelijkheid. In zo’n geval zijn de hersenen wel volgroeid, maar het gedrag nog niet. Wat moeten je hersenen kunnen voor volwassenheid? Vanuit de neurowetenschap zijn er een aantal mentale functies die zich pas later in de ontwikkeling volledig vormen en die cruciaal zijn om volwassen gedrag te kunnen vertonen. Deze eigenschappen zijn het resultaat van een volgroeide prefrontale cortex. Zij vormen samen de neurologische basis voor zelfsturing, reflectie en moreel gedrag. Wanneer ben je volwassen volgens de gedragsanalyse? Vanuit de toegepaste gedragsanalyse (ABA) draait volwassenheid niet om leeftijd of hersenontwikkeling. Het gaat om passend en observeerbaar gedrag in de context waar je je in bevindt. Je bent volwassen wanneer je gedrag functioneel, doelgericht en afgestemd is op je omgeving. Volwassenheid is dus niet iets wat je “bent”, maar iets wat je doet. Passend bij de culturele normen waar je je bevindt. Je bent dus wat je doet. Herhaaldelijk en voorspelbaar, ongeacht de situatie en met zichtbaar effect. Vanuit dit perspectief kun je 18 zijn en volwassen gedrag vertonen, of 48 en nog steeds reageren vanuit kinderlijke patronen. Het draait om het gedrag dat je laat zien, niet om wat je denkt of voelt. Wat moet je kunnen doen voor volwassen gedrag? Vanuit ABA zijn er een aantal gedragsvaardigheden die kenmerkend zijn voor volwassenheid. Het zijn leerbare gedragingen die voortkomen uit vorming, ervaring, feedback, beloning en herhaling. Vanuit ABA ben je volwassen wanneer je gedrag stabiel en effectief is in het vervullen van jouw rollen, doelen en relaties. Ongeacht je leeftijd of innerlijke beleving. Wanneer vertoon je nog adolescent gedrag? Volwassenheid gaat niet alleen over welk gedrag je wel laat zien, maar ook over welk gedrag je niet meer nodig hebt. Veel gedragingen die in de adolescentie ontstaan, blijven bij een gebrek aan doorontwikkeling aanwezig in het volwassen leven. Tot slot Volwassenheid is niet hoeveel levensjaren, maar een dynamisch proces. Soms zichtbaar in grote levenskeuzes, maar veel vaker zichtbaar via kleine gedragingen. Je afspraken nakomen, excuses aan kunnen bieden, emoties onder controle hebben, oprecht en open zijn in wat je zegt. Het is verleidelijk om jezelf volwassen te noemen omdat je een hypotheek hebt, een baan of kinderen. De échte vraag? Doe jij wat nodig is, ook als niemand kijkt? Of blijf je liever nog even hangen in het comfort van adolescent gedrag, waar je niets hoeft en alles mag? Kijktip Inside Out 2 laat het goed zien. Tijdens adolescentie krijg je gevoelens van schaamte, luiheid en jaloezie, omdat jouw omgeving iets van je gaat vinden. Met deze gevoelens om leren gaan en ze gaandeweg leren afbouwen is een belangrijk onderdeel naar de route naar volwassenheid.

‘Ik heb niets fout gedaan’
We kennen ze allemaal. Mensen die niet in staat zijn om met feedback om te gaan en direct defensief worden met taal zoals ‘ik heb niets fout gedaan’. Hoe komt het dat sommige mensen wel en sommige mensen niet in staat zijn om kritiek te kunnen incasseren? Waar komen de reflexen van zelfbescherming vandaan en wat je kun er tegen doen? Bliksemsnelle zelfverdediging Je vraagt hem waarom hij zo laat was en voor je je zin afgemaakt hebt, is hij al in de verdediging geschoten. “Ik heb echt niks verkeerd gedaan, hoor. Jij had ook wel even kunnen laten weten dat de planning veranderd was.” Je bent niet boos, je was gewoon benieuwd. Maar je merkt hoe de sfeer verkrampt en wordt gegijzeld door de frustratie aan de andere kant. Zijn toon is harder dan nodig, de blik gespannen. Het voelt alsof je hem ergens van beschuldigd hebt, terwijl je alleen maar iets benoemde. Die bliksemsnelle zelfverdediging ligt altijd op de loer, alsof de hele waardigheid op het spel staat en komt vaker voor dan je lief is. En toch is ook dit gedrag logisch. Want achter dat snelle verweer zit geen arrogantie, maar een systeem dat al sinds de vroegste jaren van het opgroeien op scherp staat. Jij bedoelde het niet als beschuldiging, maar de ander ervaart dat wel onmiddellijk zo. Hoe kan dat? Angstig vanaf de start Stel je een mens voor die al vanaf het begin van zijn leven iets meer spanning in zijn systeem heeft dan anderen. Biologisch gezien reageert zijn zenuwstelsel sneller op prikkels. Hij schrikt net iets sneller, is gevoeliger voor verandering en blijft langer alert nadat iets spannends is gebeurd. Niet omdat hij dat kiest, maar omdat zijn stresssysteem vanaf geboorte wat gevoeliger is afgesteld. Deze verhoogde ‘arousal’ is het vertrekpunt. Voor jou uitzonderlijk, voor de ander normaal. Het blijkt dat niet ieder kind met dezelfde aanleg voor angst start. Ook tussen kinderen van dezelfde ouders komen verschillen voor. Hyperwaakzaam is het normaal Doordat het zich niet zomaar veilig voelt, krijgt het weinig gelegenheid om de emoties te reguleren. Hij leert niet: ik ben gespannen, maar dat zakt weer. Hij leert eerder: spanning is gevaarlijk, ik moet dit wegduwen of vermijden. De hersenen ontwikkelen zich in die richting, want angst komt altijd voor reflectie, rust of nadenken. De prefrontale cortex, die helpt om emoties te reguleren en situaties te herwaarderen, krijgt minder gelegenheid om sterk te worden. In plaats daarvan ontwikkelt het brein zich in de richting van hyperwaakzaamheid. Je zou bijna kunnen zeggen een overlevingsstand. Als een hert dat graast in de wei. Gevaar ligt altijd op de loer en je moet altijd klaar staan om te reageren. Het zelfbeeld raakt verweven met angst Tijdens het opgroeien vormt zich het zelfbeeld, vooral in de tienjaren vindt dat plaats. Maar dat zelfbeeld is niet gebaseerd op vertrouwen, want angst dringt zich steeds op. De ‘zelf’ wordt een fragiel construct, waarin fouten en kritiek niet gezien worden als iets waar je van leert. Het is eerder een bevestiging van wat hij altijd al voelde: ik ben niet goed genoeg of ik doe het toch nooit goed. Omdat die gedachte te pijnlijk is, moet hij zichzelf beschermen. Niet door het te voelen, maar door het te ontkennen. De mening van anderen staat centraal Omdat je niet vanuit zelf-vertrouwen de wereld betreedt, zoek je naar een alternatief. Dat alternatief is het goed willen doen in de ogen van anderen, niet in de ogen van jezelf. De ‘zelf’ hangt af van het oordeel van anderen. Daar betaal je een prijs voor, want eigen normen en waarden worden beperkt ontwikkeld. Waarden zijn iets wat je ontwikkelt als je ruimte krijgt om na te denken over wat jij belangrijk vindt en als je autonomie ervaart. Maar daar ligt nu precies het probleem. Als je vooral bezig bent met overleven, met vermijden van afwijzing en het behouden van controle, dan blijft er weinig ruimte over voor dat soort zelfonderzoek. In plaats van dat iemand leeft naar waarden, leeft hij naar dreiging. Hoe voorkom ik dat ik pijn voel? Afwijzing wordt ondraaglijk Gedurende het opgroeien is er een sterke afhankelijkheid van externe bevestiging ontstaan. Omdat er van binnen weinig houvast is, wordt dat buiten zichzelf gezocht. Wat anderen vinden, wordt bepalend. En omdat afwijzing ondraaglijk voelt, doet de ander er alles aan om kritiek te vermijden. Als iemand iets zegt wat hij zelf (!) als kritiek ervaart, dan triggert dat geen leerstand, maar een verdedigingsreflex. Jouw bedoeling doet er niet toe. Er is een aanval, dus ik moet verdedigen. Omdat de zelf niet dynamisch is – maar statisch – komt een opmerking binnen als kritiek op de persoon. Niet feedback op het gedrag, maar kritiek op het individu is de beleving. Niet: ik deed iets fout, maar: ik ben fout. Dat is ondraaglijk. ‘Ik heb niets fout gedaan’ De copingstrategie bij het ontvangen van feedback is dus niet reflectie of dialoog, maar vermijding, rationalisatie of aanval. Als jij wint, verlies ik. Dus ik moet winnen. De ander ongelijk geven is de enige optie, want anders stort het fragiele zelfbeeld in. Kritiek van jou raakt dus niet zijn gedrag, maar zijn bestaan. Daarmee wordt ‘ik heb niets fout gedaan’ logisch. Uit noodzaak. Want als hij toegeeft dat hij iets fout deed, voelt dat als het bewijs dat hij zelf fout is. De schrale troost: jij wordt net zo behandeld als anderen Het meest indrukwekkende aan dit systeem is dat het geen onderscheid maakt tussen mensen. Ouders tegenover kinderen, en andersom. Liefdesrelaties. Vrienden onderling. De buren of collega’s: iedereen krijgt dezelfde behandeling. Omdat angst universeel is, is het gedrag van deze mensen dit ook. De geschiedenis die je hebt met de ander doet er niet toe. De schrale troost is dus dat het defensieve gedrag van de ander naar iedereen hetzelfde is, waaronder ook naar jou. In onze praktijk komen we zeer zelden mensen tegen die dit probleem herkennen en erkennen. In onze praktijk komen we de slachtoffers tegen van dit systeem; omstanders die hun relatie met deze mensen zien verdwijnen omdat je wordt vermeden

Vertrouwen doe je niet part-time
Vertrouwen hangt niet in de lucht, maar zit in je lichaam. Je hoofd, om precies te zijn. Vertrouwen is geen afweging, geen principe, geen oordeel over de ander. Het is een toestand waar je je in bevindt. Een ritme dat je voelt of mist. In die zin is vertrouwen geen parttime optie. Je ervaart het, of je ervaart het niet. Wat is vertrouwen? Vertrouwen is de bereidheid om jezelf kwetsbaar op te stellen in een onzekere situatie, omdat je er vanuit gaat dat de ander je geen schade zal toebrengen. Bij vertrouwen krijgt de ander dus het voordeel van de twijfel. Vertrouwen is een noodzakelijk ingrediënt voor het aangaan van gezonde relaties met anderen, maar ook in de relatie met jezelf. Je kunt niet een ander vertrouwen als je niet eerst jezelf vertrouwt. Om vertrouwen te kunnen hebben in anderen, is dus eerst zelfvertrouwen nodig. Wat is er nodig om te vertrouwen en om jezelf te vertrouwen? We gaan in op de drie wetenschappen die we er graag bijhalen. De sociale psychologie over vertrouwen De sociale psychologie ziet vertrouwen als een gevoel waarbij je een een sociaal risico inschat. Je geeft de ander invloed op iets wat voor jou belangrijk is en je hoopt dat die ander daar zorgvuldig mee omgaat. Die bereidheid om jezelf kwetsbaar op te stellen ontstaat niet vanzelf. Vertrouwen komt voort uit een inschatting van drie essentiële eigenschappen van de ander. Is de ander bekwaam genoeg om te doen wat hij of zij belooft? Heeft deze persoon het beste met mij voor en is deze welwillend? Handelt deze persoon naar waarden die betrouwbaar zijn? Als één van die drie ontbreekt, wordt vertrouwen wankel, of zelfs onmogelijk. De neurowetenschap over vertrouwen In het brein draait vertrouwen om beleefde (!) veiligheid. Als het zenuwstelsel gevaar detecteert, wint angst het van verbinding met anderen. Vertrouwen vereist juist een zekere ontspanning in het systeem, zodat er een signaal binnenkomt dat de ander geen bedreiging vormt. Dit proces kan worden belemmerd door een hoog sensitieve amygdala. Als iemand van nature nerveuzer is en het alarmsysteem van het brein afgaat, worden risico’s overschat, sociale signalen verdraaid en sluit het brein zich af. Zelfs subtiele stress kan voldoende zijn om het vertrouwen te verstoren. Daarmee blijkt de ene mens dus van nature meer aanleg te hebben voor vertrouwen dan een ander, omdat de een gevoeliger is voor onveiligheid dan de ander. Wanneer vertrouwen in de hersenen ontstaat wordt oxytocine aangemaakt, wat bijdraagt aan de hechting. Vertrouwen is geen beslissing die je af en toe neemt. Het is een fysiologische toestand die voortdurend aan of uit staat. Je zenuwstelsel scant continu of de wereld veilig is en daarop baseert je lichaam of het zich opent of afsluit. In die zin is vertrouwen dus niet iets wat je ‘geeft’ aan een ander, maar iets dat je zelf ervaart. Toegepaste gedragsanalyse over vertrouwen In de toegepaste gedragsanalyse wordt vertrouwen niet gezien als gevoel, maar als observeerbaar gedrag dat je kunt analyseren, beïnvloeden en versterken. Iemand die vertrouwt, laat dat zien. Hij stelt een vraag, deelt informatie en laat controle los. Vertrouwen is volgens deze wetenschap geen intentie, maar een patroon van gedrag dat voortkomt uit eerdere ervaringen en wordt bekrachtigd door de omgeving. Als jezelf kwetsbaar opstellen leidt tot positieve gevolgen, dan wordt het herhaald. Wordt het genegeerd of afgestraft, dan dooft het uit. Vertrouwen gaat over jou, niet over de ander Bijna al onze gezegden en uitdrukkingen over vertrouwen gaan we ervan uit dat de ander eerst iets moet bewijzen. De wetenschappen laten zien dat vertrouwen iets is dat van binnenuit bij jezelf ontstaat. Daar is geen ander voor nodig. Vertrouwen is een fysiologische staat. Als je jezelf afvraagt of je iemand kunt vertrouwen, dan is er geen sprake van vertrouwen. Een aantal voorbeelden die laten zien hoe gebruikelijk het geworden is om over vertrouwen te praten als een fenomeen dat een ander moet doen voor jou. Vertrouwen doe je niet part-time, maar fulltime Vertrouwen is geen onderwerp van discussie; het is een toestand waarin je je bevindt. Vanuit de toegepaste gedragsanalyse geldt dat als iemand in een gesprek woorden kiest die het onderwerp vertrouwen raken, dit blijkbaar iets is waar de ander bij stil staat. “Kan ik hem wel vertrouwen?” of “ik vraag me af of hier geen verborgen agenda speelt”, is taal die laat zien dat vertrouwen voor die persoon niet vanzelfsprekend is. Het feit dát vertrouwen benoemd wordt, laat zien dat het vertrouwen er op dat moment niet is. Je kunt het vergelijken met ademhalen: zolang het vanzelf gaat, heb je er geen woorden voor nodig. Pas als het stokt, komt het op tafel. Vertrouwen werkt net zo. Wie zich in een staat van vertrouwen bevindt, stelt die vraag simpelweg niet. Die leeft er al in. Dus als vertrouwen als onderwerp het gesprek binnenkomt, kun je dat zien als een signaal. Niet over jou, maar over de ander. Bronnen

Wat jouw onveilige hechting voor de omgeving betekent
Als iemand zich niet ‘veilig’ kan hechten aan een ander, dan heeft dat grote gevolgen voor jezelf en voor anderen. Wat jouw onveilige hechting voor de omgeving betekent wordt vaak onderschat. In dit artikel bespreken we de verschillende vormen van onveilige hechting en de impact hiervan op jouw relaties. Wat is ‘onveilige hechting’? Onveilige hechting betekent dat iemand zich in relaties niet voortdurend veilig voelt. Zodra er spanning of problemen ontstaan, komt er afstand in plaats van nabijheid. Dit patroon herhaalt zich in alle soorten relaties: van liefdesrelaties en vriendschappen tot werkcontacten. Lange tijd werd gedacht dat dit alleen voortkwam uit de kindertijd, maar inmiddels weten we dat ook aanleg en neurologie een grote rol spelen. Psychologie: De balans tussen ‘Ik’ en ‘Samen’ Bij een veilige hechting is er een gezonde balans tussen de boodschap dat je op jezelf staat (‘ik’) en dat je bij de groep hoort (‘samen’). Je staat zelfstandig op eigen grond, maar voelt je tegelijkertijd onvoorwaardelijk geaccepteerd door de ander. Wanneer deze mix van nabijheid en veiligheid ontbreekt, ontstaan er drie specifieke soorten onveilige hechting: Teveel nabijheid: ‘Gepreoccupeerde’ hechting Veiligheid hangt hier volledig af van de goedkeuring van de ander. Als volwassene uit zich dit in een voortdurende zoektocht naar bevestiging en het wegcijferen van het eigen ‘ik’. Te weinig nabijheid: ‘Vermijdende’ hechting Gevoelens en behoeftes worden weggestopt uit angst voor afwijzing. Er is een grote nadruk op autonomie en controle; nabijheid voelt als een dreiging. De mix: ‘Gedesorganiseerde’ hechting Een chaotisch patroon van aantrekken en afstoten. De ander is tegelijkertijd een bron van veiligheid én een bron van angst, wat vaak leidt tot instabiele, intense relaties. Neurowetenschap: Angst als fundament Kijken we naar de hersenen, dan is hechtingsproblematiek in de kern een alarmsysteem dat te snel afgaat. De amygdala registreert sociale afstand of afwijzing alsof het acuut levensgevaar is. Hierdoor schiet het brein direct in een overlevingsstand: Bij gepreoccupeerde hechting reageert het systeem met ‘verlatingsangst’ (vastklampen); Bij vermijdende hechting reageert het met ‘bindingsangst’ (vluchten); Bij gedesorganiseerde hechting wisselen deze reflexen elkaar in hoog tempo af. Wat onveilige hechting voor de omgeving betekent De impact van jouw hechtingsstijl op anderen wordt vaak onderschat. Het zorgt ervoor dat de omgeving voortdurend moet zoeken naar aansluiting: De collega ervaart onvoorspelbaarheid: de ene dag zoek je overdreven veel bevestiging, de volgende dag trek je een ondoordringbare muur op. Het gezin heeft vaak het gevoel op eieren te moeten lopen, balancerend tussen jouw behoefte aan aandacht en jouw plotselinge kille afstand. De partner draagt de zwaarste last. Of er is sprake van verstikkende jaloezie en claimgedrag, of van een emotionele muur die intimiteit onmogelijk maakt. Blijf op de hoogte van onze inzichten Wil je leren hoe je deze patronen herkent en doorbreekt? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief voor praktische handvatten en diepere analyses. Jouw hechting is jouw Verantwoordelijkheid Het is lastig volwassen te worden met een hechtingsprobleem. In een volwaardige Relatie staat Vertrouwen centraal, maar angst blokkeert dit vertrouwen. Of je hechtingsprobleem nu is ontstaan door je opvoeding of door je eigen biologische systeem: inmiddels is jouw hechtingsstijl jouw Verantwoordelijkheid. Vraag je niet langer af waarom anderen afstand nemen, maar ga ermee aan de slag. Echte relaties waarin vertrouwen de basis vormt, zijn de belangrijkste voorspellers van geluk. Bronnen Bowlby, J. (1969). Attachment and Loss; Ainsworth, M.D.S., et al. (1978). Patterns of Attachment; Mikulincer, M., & Shaver, P.R. (2007). Attachment in Adulthood; Steimer, T. (2011). The biology of fear- and anxiety-related behaviors; O’Donnell, K.J., & Meaney, M.J. (2017). Fetal origins of mental health.

Relatieproblemen oplossen? Begin met deze 4 gedragspijlers
Voordat je relatieproblemen kunt oplossen is het belangrijk dat je een relatie leert beoordelen, zodat je kunt bepalen wat er ontbreekt of niet goed gaat. In dit artikel leggen we uit welke gedragspijlers onder iedere relatie liggen en hoe je aan problemen kunt werken. Wat is een relatie? We hebben vaak wat romantische ideeën bij de relaties met onze partner, naasten, vrienden of collega’s op het werk. Een relatie lijkt iets dat zich op een magische manier tussen twee mensen afspeelt. Daarmee lijkt een relatie soms zelfs een eigen leven te leiden, dat bijvoorbeeld ook zelf ‘therapie’ moet krijgen als het niet goed functioneert. Voordat we toekomen aan het oplossen van problemen, eerst uitleg over wat een relatie is. Een relatie is datgene dat tussen twee mensen in hangt. Het is het resultaat van het gedrag van de twee personen die betrokken zijn. Als een relatie werkt is dat te danken aan de optelsom van de gedragingen tussen de twee. Op het moment dat een relatie in de problemen komt, dan is dat aan een of beide personen te wijten. In de praktijk is een goede relatie een systeem waarin twee mensen gereguleerd samenwerken. Zij zien hun verwachtingen matchen en ervaren voldoende positieve consequenties. Hoe ontstaan problemen in een relatie? Nu we weten dat een relatie samenhangt met concreet gedrag, kunnen we relatieproblemen altijd verklaren. Want wat beide personen te doen hebben in een relatie, ligt vast. Dit noemen wij de 4 gedragspijlers van een relatie. Zonder die kennis blijf je voortdurend in dezelfde problemen terecht komen samen en verloopt het proces van ruzie maken bijvoorbeeld vaak op dezelfde manier. Als je de trend in een relatie kunt doorzien, kun je problemen oplossen. Hoe kijken de drie wetenschappen naar problemen in een relatie? De sociale psychologie stelt dat relatieproblemen ontstaan wanneer verwachtingen, rollen en hechtingspatronen met elkaar botsen. Mensen reageren niet zozeer op de praktische situatie die zich voordoet, maar op hoe zij de ander en de situatie beleven. Die interpretatie leidt tot verkeerde aannames, die zich weer opstapelen tot vaste misverstanden. De toegepaste gedragsanalyse stelt dat relatieproblemen het gevolg zijn van onvoldoende positieve consequenties. Het gedrag van de een, veroorzaakt consequenties voor de ander. Als die consequenties negatief worden ervaren, komt daar weer gedrag uit voort van de ander. Die persoon verzet zich namelijk tegen het gedrag van de ander. Als de gedragingen keer op keer hetzelfde blijven, worden keer op keer dezelfde consequenties ervaren. De neurowetenschap stelt dat relatieproblemen beginnen wanneer het zenuwstelsel de ander niet meer als veilig maar als bedreigend gaat interpreteren. Zodra dat gebeurt schakelen hersenen over op verdediging, waardoor verbinding, nuance en empathie naar de achtergrond verdwijnen. ‘Flight’, ‘flight’ of ‘freeze’ wordt tijdens relatieproblemen dan de situatie. De 4 gedragspijlers van een gezonde relatie Om relatieproblemen te kunnen voorkomen is nodig dat we begrijpen wat een gezonde relatie maakt. Bij De Gedragscoach hanteren we hiervoor de ‘4 V’s’. Alleen als er sprake is van allevier (!) de V’s is er sprake van een relatie. Als een of meerdere van de 4 gedragspijlers ontbreken, dan is er geen relatie maar een ‘verstandhouding’. Verbinding. Dit is de basis. Twee mensen die contact leggen, staan met elkaar in verbinding. Dat kan op duizenden verschillende manieren. De eigenschappen van de verbinding die iemand legt, is bepalend voor de kwaliteit van de relatie. Sommige mensen leggen op een oprechte, authentieke en open manier verbinding. Zij hebben een ontwikkeld gevoelsleven en hun emoties onder controle. Andere mensen zijn niet oprecht, laten informatie achterwege, verdraaien de feiten of liegen tijdens het Verbinden met anderen. Een zwak ontwikkeld gevoelsleven of een gebrek aan emotionele regulatie maken de Verbinding vaak tot een probleem. Vertrouwen. Vertrouwen volgt een goede Verbinding. We praten eenvoudig over het woord Vertrouwen, maar dat blijkt het niet te zijn. Veel mensen kunnen niet Vertrouwen en ervaren geen Vertrouwen. Je moet namelijk eerst jezelf kunnen Vertrouwen, voordat je een ander kunt Vertrouwen. Vertrouwen doe je niet part-time, maar fulltime en dit gevoel blijkt ook letterlijk een baan in de hersenen te vormen. Sommige mensen hebben voldoende zelf-vertrouwen en kunnen daardoor eenvoudig anderen Vertrouwen. Zij ervaren veiligheid binnen relaties, waardoor zij zichzelf kunnen laten zien. Andere mensen hebben een kwetsbaar zelfbeeld en starten vanuit wantrouwen richting anderen. Zij vinden dat de ander zich eerst moet bewijzen, voordat Vertrouwen gegeven kan worden. Verantwoordelijkheid dragen. Nu er Verbinding is en we Vertrouwen hebben gesteld in de ander, kunnen we overgaan tot stap 3. Het geven van Verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid als partner, als naaste, als vriend of als collega; we hebben allerlei rollen in het leven en bij die rollen horen bepaalde Verantwoordelijkheden. We gaan in de praktijk vrij snel over tot het geven van Verantwoordelijkheid aan anderen, maar de vraag is of de ander dat kan dragen. Over het algemeen zien we op deze ‘V’ de aanleiding van de eerste relatieproblemen ontstaan. Iemand pakt zijn rol niet op en wordt daarop aangesproken door de ander. De vraag is dan vervolgens of iemand openstaat voor de vierde V. Verantwoording afleggen. We maken allemaal fouten in het leven en pakken daarbij soms onze Verantwoordelijkheid als volwassene niet. Geen probleem, zo lang het gedrag van de ander bij te sturen is. Binnen een relatie doen we dit door iemand ter Verantwoording te roepen en Verantwoording te laten afleggen over wat fout gegaan is. Bij het hanteren van conflict tussen twee mensen is het wederzijds Verantwoording afleggen aan elkaar van cruciaal belang. Wordt Herkend, Erkend en Bekend wat er fout gegaan is? Voorbeeld van een relatieprobleem Lisa en Mark merken dat hun relatie steeds stroever loopt. De gesprekken worden korter, de sfeer wordt sneller gespannen en kleine irritaties groeien uit tot vaste patronen. Lisa voelt zich niet gezien wanneer Mark vaker op zijn telefoon kijkt tijdens gesprekken, waardoor zij zich terugtrekt. Mark ervaart haar terugtrekgedrag vervolgens als afstandelijk en onredelijk, waardoor hij zelf minder zijn best doet. Afspraken worden minder nagekomen, verantwoordelijkheden verschuiven en wanneer één van hen aangeeft dat iets niet goed voelt, reageert de ander