Het ligt misschien niet aan jou, maar aan het zenuwstelsel van de ander

Het ligt niet aan jou
All Categorieën

Het ligt misschien niet aan jou, maar aan het zenuwstelsel van de ander

Misschien roep jij spanning op bij anderen. Misschien gebeurt er iets in jouw aanwezigheid waardoor iemand feller wordt, afstand neemt of dichtklapt. Moet dat automatisch bij jou naar binnen slaan? Wat als het feit dat iemand gespannen reageert, niet betekent dat jij iets verkeerd doet, maar dat jij iets veroorzaakt bij de ander wat er altijd is? Wat als dat niet direct een probleem is, maar simpelweg informatie over het systeem van de ander? Zo’n perspectief geeft rust. Want dan hoef je niet meteen aan jezelf te twijfelen, maar kun je eerst begrijpen wat er werkelijk gebeurt.

Het ligt misschien niet aan jou

Het gedrag van de ander zegt niet automatisch iets over jou. Als iemand boos wordt, zich terugtrekt of je negeert, is dat niet per se een oordeel over wie jij bent. Het kan voelen alsof jij iets verkeerd hebt gedaan, te kritisch was, te aanwezig bent of niet goed genoeg. Maar vaak is het gedrag van de ander geen bewuste keuze tegen jou. Het is een reactie van het zenuwstelsel van de ander op jou. 

We zijn geneigd om gedrag direct persoonlijk te maken. Er betekenis aan te geven die over ons gaat. Daarmee slaat het gedrag van de ander bij jou naar binnen. Terwijl het net zo goed een reflex van de ander kan zijn. Een systeem dat spanning ervaart en automatisch overschakelt omdat die spanning opgelost moet worden. De vraag is dus lang niet altijd: wat zegt dit over mij?

In dit artikel ga ik op wat er bij de ander gebeurt.

Is de omgeving veilig?

Ons zenuwstelsel is voortdurend bezig met één hoofdtaak. Scannen of de omgeving veilig is. Dat gebeurt razendsnel en grotendeels onbewust. Het zenuwstelsel is gekoppeld aan het angstcentrum in de hersenen en die twee wisselen voortdurend informatie uit. In een ander artikel kun je teruglezen wat het betekent wanneer angst je leven organiseert. De ene persoon heeft veel meer aanleg voor angst, zenuwen en nervositeit, dan de ander. Hierdoor is ‘onveiligheid’ een subjectief begrip. Waar jouw zenuwstelsel van aanspringt, is iets anders dan waar mijn zenuwstelsel van aanspringt.

Nog vóór jij bewust kunt denken “wat vind ik hiervan?”, heeft je systeem al een inschatting gemaakt. Ergens iets van ‘vinden’ is namelijk cognitief proces en als je zenuwachtig bent dan is er minder ruimte voor nadenken of overwegen. Wordt er dreiging ervaren vanuit iemand of iets, dan schakelt het lichaam over. Grofweg zijn er drie basisreacties. Vechten, vluchten of blokkeren. 

Dit zijn geen karaktereigenschappen en het zijn ook geen bewuste keuzes. Het zijn toestanden van het zenuwstelsel waar je in geduwd wordt, zodra het je overkomt. De reactie van de ander zou dus weleens veel meer een reflex kunnen zijn, dan jij doorhebt.

Wat heb ik fout gedaan?

Wanneer iemand fel reageert, zich terugtrekt of stilvalt, komt dit vaak direct binnen bij jouzelf.

  • Als iemand fel reageert, is het gebruikelijk om te denken ‘wat heb ik fout gedaan’?
  • Wanneer iemand zich terugtrekt, voelt dat vaak als afwijzing;
  • Als iemand niet in actie komt, vraag je je logischerwijs af of je wel belangrijk gevonden wordt.

Ook jouw beleving ontstaat dus niet neutraal of rationeel. Jouw zenuwstelsel scant óók op veiligheid. Een boze toon van een ander kan bij jou dreiging activeren. Als je probeert te ontwijken, kan dat op afwijzing lijken. Stilte kan onzekerheid of een gebrek aan respect oproepen. Nog vóórdat je er bewust betekenis aan geeft, is je lichaam al aan het reageren.

Hoe serieus moet je jouw eigen, geautomatiseerde ervaring op zo’n moment nemen?

Wat we vaak zien als “een conflict” of “een spanningsveld tussen twee mensen” is meer een reflexmatige wisselwerking tussen twee zenuwstelsels. De één schiet in vechten, vluchten of bevriezen en de ander ontvangt dat via zijn eigen systeem, dat óók opschaalt. Iedereen reageert, maar niemand checkt de feiten. Iedereen probeert grip te krijgen op onveiligheid. De vraag is dus niet alleen wat de ander doet, maar ook hoe jouw systeem dat automatisch vertaalt.

Boosheid als overlevingsreactie

Je spreekt iemand aan op zijn gedrag. Of je stelt een kritische, maar oprechte vraag. Nog voordat je je zin hebt afgemaakt, zie je het gebeuren. De houding verstrakt, de stem wordt harder. Hij reageert fel, kapt je af en draait het om. “Ja maar jij dan?” Wat bedoeld was als een gesprek, wordt ontvangen als een aanval. Bij jou gebeurt er meteen ook iets. Je schrikt. Je voelt spanning in je lichaam. Heb ik dit verkeerd aangepakt? Ben ik te direct geweest? Je voelt je aangevallen en voordat je het doorhebt, zit je jezelf te verdedigen.

Maar wat als dit geen persoonlijke aanval is op jou? Wat als je niet tegenover iemand staat die jou wil raken, maar tegenover een zenuwstelsel dat in overlevingsstand is geschoten en altijd zo reageert? Een reflex die wordt geactiveerd en leidt tot de zelfverdediging ‘Ik heb niets fout gedaan’. De dreiging van statusverlies of afwijzing activeert het systeem en kiest de snelste route naar bescherming: vechten.

Niet tegen jou als persoon, maar tegen het gevoel van dreiging dat is geactiveerd.

Afstand als beschermingsmechanisme

Je hebt een echt gesprek, waarbij je hebt verteld wat je mist bij de ander. Of misschien juist een gesprek dat intiemer wordt dan verwacht. Je stelt een duidelijke vraag. Je deelt iets persoonlijks. Maar daarna wordt het stil. De appjes worden korter. De blauwe vinkjes verschijnen, maar er komt geen reactie. Of je ziet ineens: je kunt deze persoon geen berichten meer sturen. Geblokkeerd. Alsof de verbinding in één klap is doorgesneden.

Bij jou gebeurt er onmiddellijk iets. Wat heb ik verkeerd gedaan? Was ik te veel? Te confronterend? Niet leuk genoeg? Je hoofd zoekt koortsachtig naar het moment waarop jij het verpest moet hebben. Maar wat als dit geen afwijzing van jou is? Wat als het zenuwstelsel van de ander de spanning niet kan verdragen en op afstand hier vanaf wil? Voor sommige systemen voelt nabijheid, confrontatie of emotionele intensiteit als dreiging. De snelste manier om die dreiging te dempen is niet vechten, maar weglopen. Niet verbinden, maar blokkeren. Niet uitleggen, maar afstand nemen.

Niet omdat jij verkeerd zit. Maar omdat afstand voor die persoon veiligheid betekent.

Stilte als overlevingsreactie

Er is iets voorgevallen. Een botsing. Een ongemakkelijk moment of een gesprek dat spanning opriep. Misschien heb je iets benoemd wat gevoelig lag. Op dat moment lijkt het nog bespreekbaar, maar de volgende dag doet de ander alsof er niets is gebeurd. Geen verwijzing. Geen vervolg. Geen erkenning. Het onderwerp is verdampt. Alsof de geschiedenis niet bestaat.

Bij jou begint het te knagen. Heb ik het me ingebeeld? Overdrijf ik? Waarom wordt dit niet opgepakt? Ben ik niet belangrijk genoeg om serieus genomen te worden? Je voelt verwarring, misschien zelfs frustratie. Je zoekt naar betekenis. Maar wat als dit geen onverschilligheid is? Wat als dit een zenuwstelsel is dat overspoeld raakte en maar één manier vond om te reguleren. Stilzetten. Sommige systemen vechten. Andere vluchten. Weer andere bevriezen. Ze gaan niet het gesprek aan, ze ontkennen het bestaan ervan. Niet om jou te kleineren, maar omdat de spanning van binnen niet te dragen is.

Ook dit is niet tegen jou als persoon gericht, maar is het zenuwstelsel dat weg wil van de bedreiging.

Hoeveel regie heeft iemand eigenlijk?

Gedrag dat we vertonen onder spanning, komt voor een groot deel voort uit ons zenuwstelsel. Dat leidt tot een belangrijk standpunt. Niet iedereen heeft evenveel grip op zijn eigen onveiligheid. Sommige mensen voelen spanning en kunnen dat waarnemen en daar grip op houden. Ze merken: ‘nu word ik defensief’. Of: ‘nu wil ik eigenlijk weglopen’. Tussen prikkel en reactie zit bij hen nog ruimte. Dat noemen we zelfregulatie.

Andere mensen hebben die ruimte nauwelijks. De reactie ís het wegregelen van de onzekerheid. Ze worden boos en stellen onmiddellijk dat ze gelijk hebben. Zonder vragen te stellen. Ze trekken zich terug en vinden dat overzichtelijk. Ze doen alsof er niets gebeurd is en noemen dat “rust”. Maar in werkelijkheid reageert hun systeem automatisch op beleefde dreiging.

Die twee verschillende manieren waarop iemand kan reageren, maken een groot verschil.

Als jij met iemand te maken hebt die zich niet onveilig voelt, of die zijn onveiligheid kan dragen, dan heb je te maken met iemand die grip heeft op zichzelf. Dan kun je echt samenwerken en dat is een belangrijk ingrediënt van volwassen gedrag. Je kunt dan een gesprek hebben zonder dat het escaleert, of de relatie uitdooft. Een verschil van mening zonder dat één of beiden zenuwstelsels in de overleving schieten. Maar als iemand zich snel onveilig voelt en daar geen regie op heeft, dan werk je in feite samen met een zenuwstelsel dat voortdurend scant op dreiging.

Schijnveiligheid bestaat

Wat het ingewikkeld maakt, is dat beleefde onveiligheid niet altijd zichtbaar is bij de ander. Sommige mensen komen bijzonder zelfverzekerd over. Rustige stem. Open houding. Gecontroleerd taalgebruik. Alsof ze volledig in balans zijn. Maar een rustig uiterlijk vertoon, zegt niets over de interne staat. Een systeem kan er kalm uitzien en van binnen hyperalert zijn. Je kunt dit merken aan een grote afstand tussen die ogenschijnlijke rust en een plotselinge, scherpe reactie die niet lijkt te passen bij hoe iemand overkomt. Het contrast is groot. Alsof er ineens een andere versie van die persoon verschijnt.

Dat is geen dubbele persoonlijkheid, maar een switch in houding. Zolang iemand zich veilig voelt, zie je de ogenschijnlijk gereguleerde versie. Wordt er dreiging ervaren, dan neemt het beschermingssysteem het over. Mensen kunnen dan reageren op een manier die voor jou totaal buiten proportie voelt.

Wat zegt de wetenschap hierover?

Tijd voor een beetje techniek. Volgens de polyvagaal theorie, ontwikkeld door Stephen Porges, werkt ons autonome zenuwstelsel hiërarchisch. Het schakelt tussen verschillende systemen afhankelijk van de mate van ervaren veiligheid.

Je kunt grofweg spreken van vier toestanden.

  1. Veilige verbinding (‘ventrale vagale’ staat). Dit is de enige toestand zonder dat stress de overhand neemt. Hier is er sociale betrokkenheid, flexibiliteit, nieuwsgierigheid en samenwerking. Dit is de staat waarin echte afstemming mogelijk is;

  2. Sympathische activatie (fight/flight). Hier neemt het activeringssysteem het over, maar leidt dit nog wel tot actie. Het lichaam maakt zich klaar om te vechten of te vluchten. Dit is een staat waarin stress het gedrag bepaalt. Fel reageren of iemand blokkeren op Whatsapp zijn actieve gedragingen, dus sympathisch.

  3. Dorsale shutdown (freeze). Wanneer vechten of vluchten niet mogelijk is, schakelt het systeem naar immobilisatie. Afsluiting en emotionele afvlakking zijn hier voorbeelden van. Ook dit is een staat die wordt veroorzaakt door stress.

Belangrijk om te beseffen is drie van deze vier toestanden een stressreactie zijn. Alleen de ventrale, verbonden staat is werkelijk vrij van overlevingsdruk. Dat betekent nogal wat. De meeste spanningen tussen mensen vinden plaats omdat minstens één van beide systemen in een stressstaat verkeert. Vervolgens proberen we met ratio erover te praten en iets op te lossen dat in feite met overleving te maken heeft.

Van wie is dit probleem eigenlijk?

Uiteindelijk komt dit alles samen in een volwassen vraag: van wie is dit probleem eigenlijk?

Als iemand zich agressief gedraagt en daar niet op terugkomt of als iemand je blokkeert omdat hij de spanning niet kan verdragen, dan heb je niet te maken met “een lastige fase”, maar met een gebrek aan zelfregulatie bij de ander. Iemand die doet alsof de geschiedenis niet bestaat in plaats van zelf het gesprek aan te gaan, is eveneens niet volwassen. Volwassen gedrag betekent nu eenmaal dat je verantwoordelijkheid neemt voor je eigen gedrag, dus je eigen zenuwstelsel. Dat je kunt terugkijken op je reactie en zeggen: “Dit was mijn stress. Dit was mijn reflex. Dit had ik anders kunnen doen.”

Zonder die hygiëne kun je geen volwassen relatie bouwen. Want verbinding zonder vertrouwen is fragiel. Vertrouwen zonder wederzijdse verantwoordelijkheid is geen relatie. Als er geen verantwoordelijkheid wordt genomen, verdwijnt uiteindelijk altijd de bereidheid om echt te verbinden. Niemand wil verbinden met iemand die de relatie niet draagt. Nee, het ligt misschien niet aan jou, maar aan het zenuwstelsel van de ander.

Je mag verwachten dat iemand die vanuit overleving reageert, daarop terugkomt. Dat hij of zij eigenaarschap toont. Dat hij reflecteert. Doet iemand dat niet, dan is de vraag niet langer wat jij verkeerd hebt gedaan, maar of deze persoon kan relateren op het niveau waarop jij wil leven. Dan verschuift de vraag van twijfel aan jezelf naar het vermogen om de echte vraag te stellen. Niet: “Ben ik te veel?” Maar: “Is de ander iemand die verantwoordelijkheid kan dragen?”  Dat is wat mij betreft een gezond vertrekpunt als de ander zichzelf niet onder controle heeft.

Bronnen

Baumeister, R. F., & Vohs, K. D. (Eds.). (2016). Handbook of self-regulation: Research, theory, and applications (3rd ed.). Guilford Press.

Dana, D. (2018). The polyvagal theory in therapy: Engaging the rhythm of regulation. W. W. Norton & Company.

Dana, D. (2021). Anchored: How to befriend your nervous system using polyvagal theory. Sounds True.

LeDoux, J. (1996). The emotional brain: The mysterious underpinnings of emotional life. Simon & Schuster.

Levine, A., & Heller, R. (2010). Attached: The new science of adult attachment and how it can help you find—and keep—love. TarcherPerigee.

Porges, S. W. (2011). The polyvagal theory: Neurophysiological foundations of emotions, attachment, communication, and self-regulation. W. W. Norton & Company.

Porges, S. W. (2007). The polyvagal perspective. Biological Psychology, 74(2), 116–143. https://doi.org/10.1016/j.biopsycho.2006.06.009

Rosenberg, M. B. (2015). Nonviolent communication: A language of life (3rd ed.). PuddleDancer Press. (Original work published 2003)

Siegel, D. J. (2012). The developing mind: How relationships and the brain interact to shape who we are (2nd ed.). Guilford Press.